In dit blog leer je hoe akkoorden zijn opgebouwd en hoe je akkoordsymbolen moet lezen. Heel praktisch als je gitaar, keyboard, piano of een ander instrument speelt en meer wilt leren over akkoord-theorie. Daarnaast vind je hier diverse links naar bijvoorbeeld handige andere blogs over akkoorden en muziektheorie, en natuurlijk muziekboeken.

blog_akkoorden_theorie_symbolen_

Vooraf

Voor wie is dit blog over akkoordsymbolen en akkoordtheorie interessant?

Voor iedereen die akkoordsymbolen wil begrijpen.
Vaak zie je jazz- en popmuzikanten een compleet nummer spelen van slechts één blaadje. Boven de tekst en/of melodie staan enkel de akkoordsymbolen, zoals C7, Em, A, B+ en Ddim. Wat moet je met zo’n mysterieus akkoordenschema? De akkoorden naspelen uit een akkoordenboek is een mogelijkheid, maar vroeg of laat wil je het ook zélf kunnen uitvogelen.

Voor iedereen die muziek beter wil begrijpen.
Om akkoorden te kunnen spelen, hóef je ze niet te begrijpen. Je speelt gewoon de tonen die worden aangegeven door de bladmuziek, gitaartablatuur of akkoorddiagrammen. Waarom zou je leren hoe akkoorden in elkaar zitten? Omdat je daardoor de structuur van een muziekstuk beter begrijpt. Dit helpt bij het instuderen. Bovendien zul je zien welke noten je kunt weglaten, zodat je een vereenvoudigde versie van het stuk kunt spelen!

Voorkennis

We gaan er bij dit blog van uit dat de basistheorie van nootnamen en toonladders bekend is. Is dat niet zo, bestudeer dan onderstaande blogs. Hierin wordt niet alleen muzieknoten/notenschrift behandeld, maar ook algemene muziektheorie voor beginners.

Ben je minder geïnteresseerd in de theorie, maar wil je gewoon meteen akkoorden spelen op een piano of keyboard? Lees ons piano-akkoorden-blog, ukelele-akkoorden-blog of gitaarakkoorden-blog.

Inhoud

Akkoord-theorie

We beginnen met abracadabra: prime – terts – kwint. Dat zijn de basisingrediënten van bijna elk akkoord. Een akkoord bestaat uit minimaal drie verschillende tonen die tegelijk klinken. (Twee tonen zijn geen akkoord, maar een harmonisch interval.) De prime, terts en kwint hebben te maken met toonsafstanden, een begrip dat we nog niet behandeld hebben in de vorige blogs. Het borduurt echter voort op de bekende stamtonen. Ter herinnering, er zijn in totaal twaalf tonen in de Westerse muziek, waaronder zeven stamtonen:

Halve tonen

Intervallen en harmonie

De zeven letters in het bovenstaande rijtje (A, B, C, D, E, F, G) noemen we de stamtonen (zie het mineur-blog voor meer informatie). Maar nu de nieuwe theorie: tussen twee stamtonen zit natuurlijk een bepaalde toonsafstand. Voor elk zo’n interval hebben we een naam. De afstand tussen een stamtoon en de eerstvolgende stamtoon heet een secunde (zoals C naar D, of E naar F). Ofwel, tel je twee letters, dan heb je een secunde. De afstand van C naar E is drie letters (C – D – E) en heet een terts. Vier letters is een kwart (C naar F). Hieronder vind je alle belangrijke intervalnamen, met tussen haakjes de Engelse termen:

  • Prime (root): de toon waarop we beginnen (bijvoorbeeld C)
  • Secunde (second): afstand van eerste naar volgende letter (C – D)
  • Terts (third): afstand van eerste naar derde letter (C – E)
  • Kwart (fourth): eerste naar vierde (C – F)
  • Kwint (fifth): eerste naar vijfde (C – G)
  • Sext (sixth): eerste naar zesde (C – A)
  • Septiem (seventh): eerste naar zevende (C – B)
  • Octaaf (octave): eerste naar achtste (C naar eerstvolgende C)
  • None (ninth): octaaf + secunde (vanaf C niet naar de eerste D, maar naar de tweede)

Kleine en grote terts

Net als C naar E, wordt bijvoorbeeld ook E naar G een terts genoemd. Je telt immers drie letters (E – F – G). Hier is iets vreemds mee aan de hand. Want de afstand E – G is kleiner dan de afstand C – E. Kijk naar het rijtje bovenaan de paragraaf en tel de halve tonen. Tussen C en E zitten vier halve tonen, maar tussen E en G drie halve tonen. Van C naar E (vier halve tonen) noemen we een grote terts, van E naar G (drie halve tonen) een kleine terts. Ook de septiem heeft een grote en kleine variant. De afstand C – B is een septiem (zeven letters), net als de afstand D – C (zeven letters). Tussen C en B zitten echter elf halve tonen (een grote septiem), terwijl er tussen D en C tien zitten (kleine septiem). Verder zijn er grote en kleine secundes, en grote en kleine sexten. Hieronder meer daarover.

Opmerking:
– Als je op de C begint en je wilt een kleine septiem maken in plaats van een grote septiem, maak je van de B een Bb. Het is niet de bedoeling dat je de A verhoogt naar een A#. Ja, theoretisch is het dezelfde afstand (tien halve tonen), maar het is erg verwarrend voor de muzikant! De afstand tussen de letters C – A is namelijk een sext (zes letters), en geen septiem (zeven letters). Kortom, je telt eerst de letters. Als het nodig is, verhoog of verlaag je daarna de toon om hem ‘klein’ of ‘groot’ te maken (zonder daarbij van letter te veranderen).

Belangrijkste intervallen

We zetten de belangrijkste intervallen op een rijtje, met de tonen C en A als voorbeeld-grondtonen. En denk eraan: je telt eerst de letters. Als het nodig is, verhoog of verlaag je daarna de toon om hem groot of klein te maken (zonder daarbij van letter te veranderen). Gebruik het overzichtje bovenaan deze paragraaf om het aantal halve tonen te tellen. Elk van de intervallen heeft een eigen klank. Door er heel veel mee te werken, ga je ze langzaamaan herkennen.

  • Kleine secunde = twee letters, één halve toon (minor second): C – Db / A – Bb
  • Grote secunde = twee letters, twee halve tonen (major second): C – D / A – B
  • Kleine terts = drie letters, drie halve tonen (minor third): C – Eb / A – C
  • Grote terts = drie letters, vier halve tonen (major third): C – E / A – C#
  • (Reine) kwart = vier letters, vijf halve tonen (perfect fourth): C – F / A – D
  • Verminderde kwint = vijf letters, zes halve tonen (diminished fifth): C – Gb / A – Eb
  • (Reine) kwint = vijf letters, zeven halve tonen (perfect fifth): C – G / A – E
  • Overmatige kwint = vijf letters, acht halve tonen (augmented fifth): C – G# / A – E#
  • Kleine sext = zes letters, acht halve tonen (minor sixth): C – Ab / A – F
  • Grote sext = zes letters, negen halve tonen (major sixth): C – A / A – F#
  • Verminderde septiem = zeven letters, negen halve tonen (diminished seventh): C – Bbb / A – Gb
  • Kleine septiem = zeven letters, tien halve tonen (minor seventh): C – Bb / A – G
  • Grote septiem = zeven letters, elf halve tonen (major seventh): C – B / A – G#
  • (Rein) octaaf = acht letters, twaalf halve tonen (perfect octave): C – volgende C / A – A

Opmerkingen:
– Wat het verschil is tussen klein en verminderd, en groot en overmatig, is op dit moment niet van belang.
– Als je een noot ziet met bijvoorbeeld twee mollen, dan is die noot extra verlaagd met nóg een halve toon. Bij de Bbb bijvoorbeeld, zoals je die hierboven ziet, speel je daardoor in praktijk een A.
– Zoals je ziet, zijn de overmatige kwint en kleine sext even groot. In praktijk hebben ze echter verschillende functies. Op dit moment niet belangrijk!

Akkoorden bouwen

We gaan weer terug naar de prime – terts – kwint. Dit is de basis van de meeste akkoorden. Hoe bouw je bijvoorbeeld een standaard akkoord op C?

  • Prime: C
  • Terts: E (groot) of Eb (klein)
  • Kwint (rein): G

Nu een akkoord met D als grondtoon:

  • Prime: D
  • Terts F (klein) of F# (groot)
  • Kwint (rein): A

Het maakt niet uit hoe vaak een bepaalde toon in een akkoord voorkomt, het blijft hetzelfde akkoord. In het geval van het D-akkoord kun je bijvoorbeeld een D spelen, een F#, een A en nóg een keer de D, een octaaf hoger. En zo kun je doorgaan: nog een F#, nog een A, steeds hoger… Maar het volgende kan ook: D – A – D – F# – D, of elke andere opbouw van hoge en lage D’s, F#’en en A’s die je kunt bedenken. Een D-akkoord zal altijd perfect samenklinken met ieder ander D-akkoord, ongeacht de opbouw. Het veranderen van de opbouw heeft alleen invloed op de klankkleur.

Majeur- en mineur-akkoorden

Akkoorden met een kleine terts erin heten mineur-akkoorden. Akkoorden met een grote terts heten majeur-akkoorden. In het mineur-blog bespraken we het verschil tussen de klank van majeur- en mineur-toonladders. Hetzelfde horen we bij akkoorden. Een majeur-akkoord klinkt meer open en opgewekt dan een mineur-akkoord. Maar ook hier geldt dat je het niet te zwart-wit moet zien. Afhankelijk van de context kan een majeur-akkoord bijvoorbeeld toch droevig klinken.

Verminderd, overmatig en toevoegingen

Met bovenstaande majeur- en mineur-akkoorden kom je al een heel eind. Daarnaast zijn er een aantal veel voorkomende andersoortige akkoorden. Natuurlijk heeft ook elk van déze akkoorden een eigen klank die je steeds beter gaat herkennen.

  • Verminderd akkoord: prime – kleine terts – verminderde kwint (C – Eb – Gb)
  • Overmatig akkoord: prime – grote terts – overmatige kwint (C – E – G#)
  • Septiemakkoord: een akkoord + grote of kleine septiemtoon (bijv. C – E – G – Bb)
  • Sextakkoord: een akkoord + een grote of kleine sexttoon (bijv. C – E – G – A)
  • Sus twee: prime – grote secunde – kwint (C – D – G)
  • Sus vier: prime – kwart – kwint (C – F – G)

Akkoordsymbolen

Akkoordsymbolen zijn codetaal. Zoals bijna elke taal, is akkoordsymbolen-taal niet altijd logisch, maar wél praktisch. Aan de hand van de volgende regels kun je akkoordenschema’s grotendeels ontcijferen. We gebruiken de C als voorbeeld-grondtoon. Uit je hoofd leren hoeft niet per se. Pak een songbook erbij en ga oefenen!

  • C: majeur-akkoord (C – E – G)
  • Cm / Cmin: mineur-akkoord (C – Eb – G)
  • C7: majeur-akkoord met kleine septiem (C – E – G – Bb)
  • Cmaj7: majeur-akkoord met grote septiem (C – E – G – B)
  • C6: majeur-akkoord met grote sext (C – E – G – A)
  • Cadd9: majeur-akkoord met grote none (C – E – G – D)
  • C9: majeur-akkoord met kleine septiem en grote none (C – E – G – Bb – D)
  • Cdim / C°: verminderd akkoord (C – Eb – Gb)
  • Cdim7 / C°7: verminderd akkoord met verminderde septiem (C – Eb – Gb – Bbb)
  • C+ / Caug: overmatig akkoord (C – E – G#)
  • Csus2: sus twee-akkoord (C – D – G)
  • Csus4: sus vier-akkoord (C – F – G)

Opmerkingen:
– Zoals al eerder vermeld bij het kopje ‘Belangrijkste intervallen’, speel je de Bbb die je hierboven ziet (een dubbel verlaagde B) in praktijk als een A.
– De laagst klinkende toon van een akkoord heet de bastoon. Stel dat je op een piano met je rechterhand de C, E en G speelt (zoals in de afbeelding helemaal bovenaan). De laagste toon is nu een C, zoals je misschien ziet. Maar stel nu dat je hier met je linkerhand nog een G onder speelt, dan is de G de bastoon. Dit zorgt voor een merkbaar andere klankkleur. Standaard wordt echter de grondtoon als laagste toon gespeeld (in een C-akkoord dus de C). Moet niet de grondtoon als laagste toon worden gespeeld, maar een andere toon? Dan wordt dit aangegeven met een schuine streep. C/G betekent: een C-akkoord met G als laagste toon.
– Waarom wordt Cadd9 niet gewoon Cadd2 genoemd? Je voegt de D toe, dus dat is de secunde vanaf C? Ja, maar dat volgt niet de manier waarop akkoorden worden gebouwd. Er wordt namelijk gestapeld. Als je al C – E – G hebt (prime – terts – kwint), ga je niet terug naar de secunde, maar bouw je verder met de volgende intervallen, zoals sext, septiem en none. Met name in de jazz zie je zelfs toevoegingen met de elfde toon (undecime) en dertiende toon (tredecime).
– Complexe akkoorden, zoals in de jazz, behandelen we hier verder niet. Maar met bovenstaande regels kom je al een heel eind.

Oefenen

Dit is flink wat theorie om op te kauwen. Als je het nog niet begrijpt, maak je dan geen zorgen. Misschien moet je eerst nog eens de vorige blogs doornemen of alles rustig laten bezinken. Verder is het belangrijk de stof meerdere keren door te nemen en te gaan experimenteren met het spelen van eenvoudige akkoorden op je instrument. Het leukste is natuurlijk om met bekende nummers uit songboeken mee te spelen. Hier volgen enkele adviezen voor gitaristen en toetsenisten.

Gitaar- en ukelele-akkoorden

Speel je gitaar of een vergelijkbaar instrument, ga dan niet alle akkoorden zelf uitzoeken (tenzij je dat een leuke oefening vindt). Het probleem is dat je maar vier/vijf vingers en zes snaren tot je beschikking hebt. Puzzelen geblazen dus. Gelukkig zijn de meest praktische grepen voor ieder type akkoord al voor je uitgedacht. Verken eens de Gitaarboeken met akkoorden als onderwerp of onze blogs over gitaarakkoorden. Voor ukelele-spelers zijn er Ukelele-boeken en het blog Ukelele-akkoorden voor gitaristen.

Keyboard- en piano-akkoorden

Wie piano speelt of keyboard, kan ál zijn vingers gebruiken en een groot aantal toetsen. Daardoor kun je ieder akkoord op enorm veel verschillende manieren spelen. Het experimenteren met akkoorden ‘bouwen’ is voor de toetsenist dan ook makkelijker dan voor de gitarist. Toch is een steuntje in de rug wel zo prettig. Gebruik als naslagwerk een piano- of keyboardboek over akkoorden. Ook handig is ons blog over Piano- en keyboard-akkoorden.

Zie ook

» Gitaarboeken over akkoorden
» Ukelele-boeken over akkoorden
» Piano- en keyboardboeken over akkoorden
» Songboeken

» Gitaren & toebehoren
» Keyboards & toebehoren
» Digitale piano’s & toebehoren
» Alle muziekinstrumenten

» Akkoordprogressies begrijpen – Trappen, leidtonen en spanning
» Muziektheorie & Noten leren lezen: je vindt het hier!
» Gitaar leren spelen: notenschrift, akkoorden of tabs?
» Piano/keyboard-akkoorden spelen? Dit is de basis!
» Gitaarakkoorden leren spelen voor beginners
» Ukelele-akkoorden voor gitaristen
» Noten leren lezen: C majeur toonladder
» Noten leren lezen: mineur toonladder en toonsoort
» Songwriting-tips voor beginners

Geen reactie

Nog geen reactie...

Laat een reactie achter