Koptelefoon of in-ears bij het podcasten: heb je die echt nodig?

Een koptelefoon bij het podcasten? Die zet ik op voordat de microfoon aanstaat. Toch hoor ik regelmatig de vraag of dat echt nodig is: je praat toch gewoon in een microfoon? Ja, nodig: wie tijdens de opname niet hoort wat de microfoon hoort, ontdekt fouten pas bij het editen, en dan is het te laat.

Waarom je wilt horen wat de microfoon hoort

Ik heb het op de harde manier geleerd: een interview van een uur, prachtig gesprek, en bij het terugluisteren bleek mijn gast langzaam achterover te zijn gezakt. Het eerste kwartier klonk hij vol en dichtbij, daarna steeds dunner en galmender. Met koptelefoon had ik dat na twee zinnen gehoord en hem naar voren gewenkt. De afstand tot de microfoon bepaalt hoe je klinkt, en die verandert ongemerkt tijdens een gesprek.

Hetzelfde geldt voor plofklanken. De P en B duwen een windvlaag in de microfoon, hoorbaar als een kleine doffe knal. Zonder koptelefoon merk je dat niet. Met koptelefoon hoor je het meteen, net als de krakende stoel, het geritsel van je aantekeningen en of je veel harder praat dan je gast. Opnemen zonder koptelefoon is als parkeren zonder in je spiegels te kijken: het kan goed gaan, het kan mis gaan.

En speakers? Wie wel eens naar concerten gaat, kent misschien wel die hoge pieptoon: de microfoon pikt het speakergeluid op, dat wordt versterkt en gaat weer de speakers in, enzovoort. Geen goede keus dus. Een koptelefoon houdt het geluid bij je oren, en weg van de microfoon (zolang je de koptelefoon niet te hard zet natuurlijk). 

» Microfoons: afstand en het proximity-effect – Zo zit dat
» Bekijk alle over-ear, gesloten studiokoptelefoons

Koptelefoon of in-ears bij het podcasten: heb je die echt nodig?

Gesloten koptelefoon of in-ears voor een videopodcast

Met een camera erbij wordt de koptelefoon ook een stijlkeuze. Een grote gesloten koptelefoon zegt op beeld “wij zijn serieus aan het werk”, en sommige makers vinden dat mooi. Anderen willen eruitzien als twee mensen aan een keukentafel en kiezen in-ears, die nauwelijks opvallen. Technisch doen beide hetzelfde: geluid bij je oren brengen zonder dat de microfoon het meekrijgt.

Voor audio-only grijp ik naar een gesloten koptelefoon, omdat die ook de ruimte om me heen dempt. Voor video gebruik ik in-ears, met één les: de kabel. Die loopt zichtbaar langs je wang en trekt aan je oor zodra je je naar een gast draait. Een clipje aan je shirt lost dat grotendeels op. Wat je ook kiest, een open koptelefoon laat geluid naar buiten lekken, en dat komt op stille momenten terug in de microfoon.

» Bekijk alle bedrade oordopjes
» Bekijk alle over-ear, gesloten studiokoptelefoons

Over vertraging en direct monitoren

De Bluetooth-oordopjes die je toch al bij je hebt, lijken de makkelijkste oplossing. Maar zet ze op tijdens een opname en je hebt kans dat jezelf een fractie later hoort dan je praat. Dat is genoeg om je uit je ritme te halen: je gaat haperen en trager praten. Aan de opname zelf verandert dat niets, want de microfoon hangt bedraad aan je interface en wordt gewoon synchroon vastgelegd. Het probleem zit bij degene die aan het woord is en zichzelf steeds net te laat hoort. Een kabel is daarom geen ouderwetse keuze, maar de enige die werkt.

Verder moet je er rekening mee houden dat elk digitaal systeem geluid omzet van analoog naar digitaal en terug, en dat kost tijd. Dit probleem wordt vooral merkbaar als een signaal door de computer gaat en de software er een buffer bovenop legt.

De oplossing is monitoren buiten de computer om. Veel audio-interfaces hebben daar een knop voor, meestal “direct monitor”: het microfoonsignaal gaat rechtstreeks naar je koptelefoon, nog voordat het de computer ingaat. Hoor je jezelf als een echo, dan luister je via de software en moet die knop om.

» Bekijk alle audio-interfaces

Koptelefoon of in-ears bij het podcasten: heb je die echt nodig?

Meerdere gasten aan tafel: de koptelefoonversterker

Met één koptelefoonuitgang kom je ver zolang je alleen bent. Bij twee of drie gasten niet meer. Een passief splitterkabeltje verdeelt het signaal, maar ook het vermogen: hoe meer koptelefoons eraan hangen, hoe zachter elk klinkt. En dan het eeuwige gezeur over volume: de een wil zichzelf nauwelijks horen, de ander bijna oorverdovend.

Een koptelefoonversterker lost beide op. Je sluit hem aan op de koptelefoonuitgang van je mixer of interface, en elke uitgang heeft een eigen volumeknop. Er zijn compacte modellen met vier uitgangen aan een netadapter, en varianten met zes kanalen en toonregeling per kanaal. Iedere gast zijn eigen volume klinkt als luxe, maar het is het verschil tussen een gast die wel of niet ontspannen praat.

Dit alles werkt alleen als alle microfoons in dezelfde mixer of interface samenkomen, anders hoor je elkaar niet. Een interface/mixer met meerdere microfooningangen is dus de basis waarop je de koptelefoonversterker vervolgens aansluit. 

» Bekijk alle hoofdtelefoonversterkers
» Bekijk alle podcast-apparatuur
» Podcasten met meerdere mensen tegelijk – Zo doe je dat

Geen reactie

Nog geen reactie...

Laat een reactie achter