Kun je – puur op gevoel, gehoor en talent – goed muziek maken? Kun je een goede muzikant zijn zonder iets van muziektheorie te weten, zonder te onderzoeken en te analyseren? Ja, die muzikanten zijn er. Bert van den Brink, een van Nederlands bekendste jazzpianisten, is zo’n muzikaal natuurtalent. Toch heeft hij ervoor gekozen om zich wél te verdiepen. Dus: moet muziek op het gevoel en/of het verstand? Als muzikant heb je beide nodig!

Muziek: gevoel en/of verstand? Beide!

Mythologiseren

Er zijn veel muzikanten die koketteren met het feit dat ze geen noot kunnen lezen en geen enkele kennis van muziektheorie hebben. En dat ze alles op gehoor en gevoel doen. Waarmee ze willen zeggen dat ze een uitgesproken oorspronkelijk muziektalent zijn. Die oorspronkelijke muziektalenten zijn er ongetwijfeld, zeker ook onder de grote namen. Maar als toehoorder moet je je afvragen of het altijd helemaal waar is. Misschien heeft die muzikant er zich toch meer in verdiept dan hij of zij wil doen voorkomen. Want het ‘mythologiseren’ van je muzikale talent is aantrekkelijk en verleidelijk. En stel dat de bewering van de ‘ongeschoolde’ muzikant wel waar is: zou die muzikant misschien niet nog veel beter zijn geweest als hij zich wel had verdiept? Ray Manzarek, de inmiddels overleden toetsenist van de legendarische groep The Doors, vertelt in een documentaire dat hij altijd profijt heeft gehad van zijn klassieke pianolessen. Zonder die lessen was hij bijvoorbeeld nooit op het befaamde intro van Light my fire gekomen.

Dat willen we toch allemaal

Hoe kijkt een muzikant die zelf heel getalenteerd is hier tegenaan? Bert van den Brink is een van Nederlands bekendste jazzpianisten. Bert is blind vanaf zijn geboorte en heeft een ver ontwikkeld absoluut gehoor. Hij hoort zelfs uit welke tonen samengestelde klanken zijn opgebouwd, inclusief de boventonen. Ter illustratie: als jongen speelde hij op vrijdagmiddag op de piano gewoon met alle nummers uit de Top-40 mee, ook de nieuwe binnenkomers die hij nog niet eerder had gehoord. “Daar hoefde ik niet eens over na te denken, dat ging vanzelf”, herinnert Bert zich. Een dergelijk gehoor en zo’n talent willen we natuurlijk allemaal. Dan ben je er toch als muzikant? Waarom zou je het dan jezelf moeilijk maken door je verder te verdiepen? Bert denkt daar anders over. “Ik ben me wel gaan verdiepen in de muziek. Had ik dat niet gedaan, dan had je mij nu niet geïnterviewd, want dan was ik niet zo ver gekomen als ik nu ben. Als ik het puur op gevoel en talent had gedaan, dan was ik een ‘rommelaar’ gebleven, een hobbyist.” Volgens Bert is de klassieke pianoles zijn redding geweest. Hij volgde klassiek pianoles vanaf zijn vijfde. Later deed hij de klassieke piano-opleiding aan het conservatorium. Jazz heeft hij zichzelf geleerd, eerst op gehoor, daarna de theorie. “Ik vind klassiek pianospelen moeilijk. Daar moest ik echt mijn best voor doen, in tegenstelling tot het meespelen met de Top-40. Als je alleen maar dingen doet die je gemakkelijk afgaan, kom je niet verder. Dat is hetzelfde als altijd witbrood met hagelslag eten. Door de klassieke pianoles heb ik leren bergbeklimmen. Dat gaat je ook niet vanzelf af.”

Op gehoor

Door zijn visuele handicap was en is Bert wellicht meer dan andere muzikanten aangewezen op zijn gehoor. Maar hoe werkt dat nu met klassiek piano? Is dat helemaal op gehoor te doen? Bert legt uit: “Louis Braille, de uitvinder van het naar hem genoemde blindenschrift, heeft ook voor muzieknotatie brailleschrift ontwikkeld. Zo heb ik mijn klassieke pianostukken geleerd: maat voor maat lezen, instuderen en vervolgens proberen uit je geheugen te spelen. Het duurt langer, maar zo kom je er ook.” De jazz en andere lichte muziek doet Bert voornamelijk op gehoor, dat bij hem in aanleg al heel goed was en daarna sterk is ontwikkeld. Maar ook zijn kennis van de muziektheorie is een hulpmiddel, want muziek zit doorgaans logisch in elkaar. Met zijn gehoor pikt Bert vrijwel alles meteen op. Toch is er ook muziek waar hij langer op moet puzzelen. “Er is een waanzinnig muzikaal talent: Jacob Collier, een jonge gast uit Engeland. Op YouTube is veel materiaal van hem te vinden. Hij componeert, produceert, zingt en speelt al zijn muziek zelf. En maakt ook nog eens de videoclips. In zijn muziek zitten soms harmonieën waarvan ik niet meteen hoor hoe ze zijn opgebouwd. De jongen is afschuwelijk muzikaal, een geschenk voor ons allemaal. Hij hoort bij die uitzonderlijke muzikale talenten die meteen alles goed doen, de buitencategorie, die gewoon niet weet hoe het is om fouten te maken. Voor mijn gevoel komt Jacob Collier in de buurt van Mozart.”

Egerländer muziek

“Als muzikant wil ik ook onderzoeker zijn. Ik wil begrijpen hoe muziek in elkaar steekt en waar het vandaan komt”, zegt Bert. “Zou ik dat niet doen, dan ben ik alleen maar een papegaai. In de klassieke muziek is dat onderzoeken misschien wat minder noodzakelijk: op zich kun je een klassiek stuk goed vertolken zonder dat je het muziektheoretisch helemaal hebt doorgrond. Maar jazz vereist wel degelijk dat je je daarin verdiept. Neem een jazz-grootheid als Clare Fischer. Ik wil gewoon snappen hoe hij aan die wonderlijke akkoorden komt. In feite geldt voor alle lichte muziek, inclusief de popmuziek, dat je zou moeten onderzoeken waar het vandaan komt en hoe het in elkaar steekt. Anders blijf je als muzikant in clichés hangen, je wordt lui en je blijft die ‘rommelende’ papegaai.” Tegelijk relativeert Bert zijn laatste opmerking. “Een muzikant kan er ook bewust voor kiezen om één ding heel goed te kunnen, zonder exact te kunnen duiden hoe hij dat doet. Neem bijvoorbeeld de Egerländer-muziek, de ritmische volksmuziek die van oorsprong uit Tsjechië komt. Die muziek heeft een onnavolgbare groove die ik zelf niet voor elkaar krijg, geweldig. Vraag die muzikanten niet hoe ze het doen, ze zijn ermee opgegroeid en ze kunnen niet anders.” Bert haalt een ander voorbeeld aan: “Jazzdrummer John Engels zei eens tegen me: ‘weet je welke muzikant een goede timing heeft? Het boertje dat in de dorpskapel speelt.’ Ook die muzikant kun je niet vragen hoe hij dat doet. En hij kan het ook maar op één manier. Het is heel beperkt, maar binnen die beperking juist weer heel professioneel.”

Ga zoeken

Maar wil je als muzikant breder zijn dan de Egerländer-muzikant of de man van de dorpskapel, dan moet je als muzikant ook onderzoeker zijn en de verdieping zoeken, vindt Bert. “Ga eens echt zoeken. Zoeken is wezenlijk iets anders dan rommelen. Doe dat in alle rust. Speel een akkoord. Speel het nog eens tien keer en probeer de verschillen te horen. Stel dat iemand je zou vragen om het bijvoorbeeld ‘donkerder’ te spelen, wat in de praktijk ook voorkomt, hoe zou je dat dan doen? Je moet zulke verzoeken kunnen vertalen naar de manier waarop jij speelt.” Begrijp de noten, begrijp de harmonieën, weet wat je speelt. “Ik weet het: muziektheorie kan ‘droge kost’ zijn. Tegelijk is het de kunst om die droge kost vervolgens in de praktijk te brengen. Als je oefent, moet je analyseren. Ik spreek wel eens muzikanten die zeggen soms in de bekende flow te komen als ze oefenen. Maar dan ben je niet meer aan het oefenen, je bent dan aan het ‘performen’, ook al is er geen publiek. En performen is iets anders dan oefenen. Want oefenen gaat altijd gepaard met analyse.” De moeite nemen om je te verdiepen is beter dan doen alsof je een hele goede muzikant bent die niets van muziek weet, pleit Bert. “Dat is trouwens nog een verrassend grote categorie muzikanten, ook in het professionele circuit. Het zijn vaak muzikanten die daarmee beweren ‘o, wat ben ik toch oorspronkelijk, want ik weet niets van muziek’. Eigenlijk vind ik dat provocatief. Op het moment dat je er met ze over wil praten, worden ze onzeker. Wil je niet weten hoe muziek in elkaar steekt? Oké, maar houd er dan verder je mond over dicht. En houd er rekening mee dat je op een gegeven moment toch tegen een grens aanloopt.”

Jezelf in de weg zitten

Tot zover de discussie over wel of geen kennis, verdieping en analyse. Er is nog een ander fenomeen dat je als muzikant in de weg kan zitten, namelijk ‘jezelf in de weg zitten’. Bert legt uit: “Ik heb studenten bij wie ik dat merk. Ze zijn niet één met hun instrument, er zit nog iets tussen. Bij goede muzikanten zie je dat er niets tussen henzelf en het instrument zit.” De weg daar naartoe is niet gemakkelijk, er zijn veel hindernissen te nemen. “Een belangrijke hindernis is prestatiedrang. Logisch, want een muzikant moet nu eenmaal een prestatie leveren. Je voelt vaak die spanning bij muzikanten vlak voordat ze moeten beginnen: ‘daar komt-ie, daar komt-ie’. Soms loopt die spanning op tot het ondraaglijke. Het is begrijpelijk en heel aards, maar werk eraan dat je die spanning kunt loslaten.” Hoe doe je dat? “In de muziek ontkom je niet aan eindeloos herhalen. Je maakt fouten, maar keur jezelf niet af, accepteer de onvolkomenheden. Ik vind trouwens dat in muzieklessen vaak te veel de nadruk ligt op goede en foute noten en er te weinig aandacht is voor hoe je die noten speelt. Belangrijk is om lichamelijk contact te maken met je instrument. Je zult momenten ervaren dat er niets tussen jou en je instrument zit. Probeer voor jezelf die momenten te beschrijven, zodat ze beter op te roepen zijn.” Soms helpt het om juist minder focus te hebben op je instrument. Ga bijvoorbeeld eens oefenen terwijl je televisie kijkt of iets leest. Door het verleggen van de focus en het verlagen van de concentratie kan het soms lukken om juist dichter op je instrument te komen. “Iemand die dat laatste waanzinnig goed kan, is pianist en organist Cameron Carpenter”, merkt Bert op. “Check hem maar eens op YouTube. En dan zeker zijn opname van de Revolutionary Etude op orgel, dat oorspronkelijk een pianowerk is van Chopin. Hij speelt de baspartij op de pedalen, op een onnavolgbare manier. Helemaal verbazingwekkend is dat hij, terwijl hij doorspeelt, op een gegeven moment nog iets gaat uitleggen ook. Blijkbaar is hij zo één met zijn instrument dat hij ervan kan loskomen. Cameron is een natuurtalent, in de buitencategorie. Maar ik weet ook dat hij niet alleen op zijn talent leunt, maar zich ook verdiept, zo blijkt uit zijn publicaties op internet.”

Indrukken en loslaten

‘Onderzoeken en analyseren’ is het credo van Bert als hij thuis oefent in zijn studio. Dat geldt ook voor de manier waarop hij met zijn instrument omgaat. “Als muzikant mag je niet onverschillig zijn met je toetsen, snaren, kortom datgene dat tussen jou en de klank zit. Als ik oefen, beloof ik mezelf altijd dat ik het moment van indrukken én loslaten heel precies ervaar. En die ook een plek geef in de muziek. Het loslaten van de toon is net zo belangrijk als het aanzetten, wat door veel muzikanten nogal eens wordt vergeten. Maar ik vind de weg ernaartoe en de weg er vanaf beide even essentieel. Blijf contact houden tot en met het eind van de toon. Daar zit de kern van de ontroering door muziek.”

Over Bert van den Brink

Bert van den Brink werd geboren in 1958. De eerste pianoles kreeg hij toen hij vijf jaar oud was. In 1976 begon Bert met zijn opleiding tot klassiek pianist aan het Utrechts Conservatorium, waar hij in 1982 cum laude afstudeerde. Nog in datzelfde jaar werd hij docent piano lichte muziek aan het Utrechts Conservatorium. Bert improviseerde al van jongs af aan op piano en orgel en is op dat gebied autodidact. In de eerste periode na de studie heeft Bert regelmatig klassieke concerten gegeven, later kwam het accent meer bij de geïmproviseerde muziek (jazz) te liggen. Bert speelt en heeft gespeeld met een groot aantal beroemde muzikanten. In 2007 kreeg hij de VPRO/Boy Edgar Prijs. Hij is veelvuldig te beluisteren als pianist, organist en accordeonist, zowel live als via internet en op een groot aantal cd’s.

Zie ook

» Podiumangst bij muzikanten – Je kunt het overwinnen!
» Muziektheorie & Noten lezen: je leert het hier!
» Muziek-blessures – 8 manieren om ze te voorkomen
» Ademhaling voor muzikanten
» Zingen en spelen tegelijk – Ook jij kan het leren!
» Dynamiek in je muziek brengen? Gebruik deze 8 tips
» Zithouding voor muzikanten – Leer opnieuw zitten!
» Strak leren spelen? Doe deze oefeningen!

Geen reactie

Nog geen reactie...

Laat een reactie achter