Algemeen
We kunnen rustig stellen dat 't niet direct makkelijk is om een goede orkestpartituur te maken. Het kost best veel tijd om een idee dat je ooit in je MIDI-omgeving had, uitgevoerd door een stapel virtuele instrumenten, speelbaar op papier te krijgen. Het maken van een partituur met computers is dan ook iets dat gretig werd opgepakt door orkestrators. Het handmatige proces (engraving) was letterlijk monnikenwerk en je had er een pittige studie voor nodig. Vandaag de dag zijn er diverse softwarepakketten die dit notatieproces wat makkelijker maken, Dorico is inmiddels een van de grote namen binnen dit selecte gezelschap. Inmiddels zijn we bij Steinberg Dorico Pro 5 beland.
Nieuw in Steinberg Dorico Pro 5
Er is een editor om klanken (van het inbegrepen virtuele orkest) te plaatsen op een virtueel podium, op basis hiervan worden panning en reverb bijgesteld. Groove Agent SE is er nu ook bij, zodat je een drumstel aan je orkestratie toe kunt voegen. Iets wat heel handig is zijn de MIDI trigger regions. Simpel gezegd: niet elke noot in je productie moet zich vertalen naar een noot in je partituur. Voor de genoemde drumsectie kun je tegen een drummer zeggen: 'hier is de maatsoort, dit wil ik ongeveer, ga maar drummen'. Dat je dan in je MIDI-mockup allerlei ghost-notes hebt toegevoegd voor realisme is leuk, maar die hoef je echt niet in een partituur te verwerken, dat doet de drummer zelf. En die details kun je nu dus negeren. Het opsporen van details en foutjes is een stuk makkelijker met de nieuwe scrub-functie. Voor wie ooit met MusicXML heeft gewerkt: import en export is nu mogelijk. Uiteraard nog wat nieuwigheden her en der, wat bugfixes, maar dit zijn de meest in het oog springende toevoegingen.
Engraving
Net als bij de eerdere versies is het speerpunt bij Dorico de visueel hoogstaande kwaliteit. Alhoewel het altijd een kwestie van smaak is, is het fair te stellen dat Dorico de klassieke engraving-kwaliteit naar het scherm weet te brengen. Dus niet een partituur die is verzonnen door een paar programmeurs die er ook een mening over hebben, maar een partituur die de kwaliteiten van het klassieke notatie-ambacht toont. En dat is ook het beste; hoe leesbaarder een partituur is, hoe makkelijker het gespeeld wordt. Het zit vaak in piepkleine details, zoals de dikte van een nootje, de plaatsing van een nootje, de dikte en curve van een legatoboog en de gebruikte lettertypes, maar al die details tellen wel op. Als je op dit vlak het beste van het beste zoekt, dan is Dorico dé kandidaat!